Uitspraak
Utrechtse Bomenstichting , te Utrecht , verzoekster
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder
Era Contour B.V. te Zoetermeer.
Rechtbank Midden-Nederland
Op 6 augustus 2021 heeft een adviesbureau namens vergunninghouder een omgevingsvergunning aangevraagd voor het kappen van bomen op een perceel waar een flatgebouw staat dat gesloopt zal worden voor nieuwbouw. Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht verleende op 2 december 2021 twee omgevingsvergunningen voor het kappen en verplanten van bomen ten behoeve van woningbouw in twee fasen. De Utrechtse Bomenstichting maakte bezwaar tegen deze besluiten en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van een spoedeisend belang bij het verzoek tegen het eerste besluit, omdat de sloop van het flatgebouw al gedeeltelijk was gestart. Voor het tweede besluit was geen spoedeisend belang meer, waardoor het verzoek daarvoor werd ingetrokken. De rechtbank beoordeelde de rechtmatigheid van het eerste besluit voorlopig en concludeerde dat het college voldoende had gemotiveerd dat de bomen gekapt moeten worden vanwege de noodzakelijke en veilige sloop van het flatgebouw.
Hoewel de bomen een bovengemiddelde ecologische, ruimtelijke en milieuwaarde hebben, weegt het belang van vergunninghouder om de sloop voort te zetten zwaarder dan het belang van verzoekster om de vergunning te schorsen. De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af, met de kanttekening dat het college in de bezwaarprocedure nadere motivering moet geven over de toelichting op het kappen van bomen vanwege vallend bouwafval en de terreininrichting.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de kapvergunning voor bomen wordt afgewezen, waardoor vergunninghouder mag doorgaan met de sloop en kap.