ECLI:NL:RBMNE:2022:1108

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
16 februari 2022
Publicatiedatum
24 maart 2022
Zaaknummer
UTR 21/583
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 AwirArt. 3:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te late indiening tegen besluit toeslagen

Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft een beroep van eiser tegen een besluit van de Belastingdienst/Toeslagen van 21 augustus 2018. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit op 16 december 2020, waarna de Belastingdienst het bezwaar als beroep heeft doorgezonden naar de rechtbank. Volgens de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) moet een beroepschrift binnen zes weken na bekendmaking van het besluit worden ingediend. Het beroep had uiterlijk op 17 december 2018 moeten zijn ingediend.

De rechtbank constateert dat het beroepschrift pas op 2 februari 2021 is ontvangen, wat te laat is. De rechtbank heeft eiser bij aangetekende brief verzocht om binnen twee weken een geldige reden voor de te late indiening te geven, maar er is geen reactie ontvangen. Hierdoor is geen verontschuldiging voor het verzuim vastgesteld.

De rechtbank oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De zaak wordt niet inhoudelijk behandeld en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter B. Fijnheer en griffier N. Dayerizadeh op 16 februari 2022 te Utrecht.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder geldige reden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/583

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 februari 2022 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

en

Belastingdienst / Toeslagen, verweerder

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het (door verweerder doorgezonden) bezwaar/beroep van eiser tegen het besluit van verweerder van 21 augustus 2018.

Overwegingen

1.De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser is namelijk te laat met het indienen van beroep, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. In een zaak die valt onder Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir), zoals deze zaak, moet een beroepschrift worden ingediend binnen zes weken na de datum waarop dat besluit is genomen of - als het besluit pas later bekend is gemaakt - binnen zes weken na de datum van bekendmaking (artikel 36 van Pro de Awir). In artikel 3:41 van Pro de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt.
3. In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 21 augustus 2018. Eiser heeft op 16 december 2020 bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Omdat eiser eerder bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit van 21 augustus 2018 welke is afgedaan met het besluit van 5 november 2018, heeft verweerder het bezwaar aan de rechtbank doorgezonden om dit als beroep te behandelen. Het beroep had uiterlijk op 17 december 2018 moeten zijn ingediend. Verweerder heeft het bezwaarschrift (lees: beroep) ontvangen op 2 februari 2021 en daarna doorgezonden. Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het beroepschrift te laat door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
4. Bij aangetekende brief van 18 november 2021 heeft de rechtbank eiser in de gelegenheid gesteld binnen twee weken na dagtekening van deze brief mee te delen om welke reden het beroep te laat is ingesteld. De rechtbank heeft in deze brief ook aangegeven dat als er geen geldige reden is waarom het beroepschrift te laat is ingediend of als er niet op de brief wordt gereageerd, zij kan beslissen het beroep niet‑ontvankelijk te verklaren. Eiser heeft hierop niet gereageerd. Op grond hiervan kan redelijkerwijs worden geoordeeld dat er geen is verontschuldiging voor dit verzuim.
5. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro).
6. Eiser krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer rechter, in aanwezigheid van N. Dayerizadeh, griffier. De beslissing is uitgesproken op 16 februari 2022 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.