Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
[derde belanghebbende 1]te [woonplaats] en
[derde belanghebbende 2]te [woonplaats] .
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser diende op 7 december 2020 een Wob-verzoek in bij de gemeente IJsselstein om informatie over een melding en onderzoek in het kader van de Basisregistratie Personen (BRP) op zijn adres, waarbij ook zijn partner en dochter betrokken waren. De gemeente wees het verzoek af met het argument dat het privacybelang van de betrokkenen zwaarder woog dan openbaarmaking.
Na bezwaar handhaafde het college het besluit, ondanks een advies van de bezwaarschriftencommissie om het bezwaar gegrond te verklaren wegens een te beperkte uitleg van het verzoek en onvoldoende motivering. Eiser ging in beroep bij de rechtbank Midden-Nederland.
De rechtbank oordeelde dat het college het Wob-verzoek te beperkt had uitgelegd en dat het niet terecht was de melding integraal te weigeren; delen konden geanonimiseerd worden verstrekt zonder onleesbaarheid. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en gaf het college zes weken de tijd voor een nieuw besluit, waarbij ook het betaalde griffierecht en proceskosten aan eiser werden vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen met een bredere uitleg van het Wob-verzoek.