ECLI:NL:RBMNE:2022:1118
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek tegen gehele rechtbank wegens te late indiening
Verzoeker diende op 15 maart 2022 een wrakingsverzoek in tegen de rechtbank Midden-Nederland in een civiele procedure. Het verzoek richtte zich op de gehele rechtbank omdat verzoeker geen nieuw uitstel kreeg voor het indienen van een conclusie van antwoord.
De wrakingskamer oordeelde dat een wrakingsverzoek alleen kan worden gericht tegen een individuele rechter en niet tegen het gehele college. Hierdoor was het verzoek onontvankelijk. Daarnaast was het verzoek te laat ingediend, aangezien verzoeker al op 10 februari 2022 op de hoogte was van de feiten waarop het verzoek was gebaseerd.
De wrakingskamer zag geen bijzondere omstandigheden die het late verzoek konden rechtvaardigen. Daarom werd het verzoek afgewezen en werd bepaald dat de hoofdprocedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond bij de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.
De beslissing werd genomen door de wrakingskamer bestaande uit mr. J.G. Nicholson, mr. C.S.K. Fung Fen Chung en mr. J.P. Killian en is onherroepelijk.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens onjuiste adressering en te late indiening; hoofdprocedure wordt voortgezet.