ECLI:NL:RBMNE:2022:1131
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen afwijzing woningurgentie ondanks persoonlijke omstandigheden
Eiseres verzocht om een urgentieverklaring omdat zij dakloos was geworden en vanwege haar psychische problemen behoefte had aan een stabiele woonsituatie. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres niet voldeed aan de voorwaarden van de Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2019, met name omdat zij geen bewijs leverde dat er geen alternatieve woonoplossing was en het woonprobleem niet voorkomen kon worden.
Eiseres stelde dat zij wel aan de voorwaarden voldeed en dat haar persoonlijke omstandigheden, waaronder PTSS en ADHD, een beroep op de hardheidsclausule rechtvaardigden. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht concludeerde dat eiseres onvoldoende had aangetoond dat het woonprobleem niet voorkomen kon worden en dat zij geen bewijs had geleverd van het ontbreken van alternatieven.
Hoewel de rechtbank erkende dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de hardheidsclausule niet werd toegepast, werd dit motiveringsgebrek met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro gepasseerd omdat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij door het gebrek in haar belangen was geschaad.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, maar verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard.