ECLI:NL:RBMNE:2022:1132
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieaanvraag woning wegens niet voldoen aan voorwaarden en geen toepassing hardheidsclausule
Eiseres diende een urgentieaanvraag in omdat zij en haar minderjarige kind geen vast woonadres hebben na een scheiding. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres niet voldeed aan de voorwaarden van de Huisvestingsverordening Amersfoort 2020-1, met name omdat het kind niet zonder urgentie dakloos dreigt te worden en de situatie deels verwijtbaar is aan eiseres.
Eiseres stelde dat zij niet verwijtbaar is en dat het belang van haar minderjarige kind onvoldoende is meegewogen. De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt waarom zij geen alternatieve woonruimte kon vinden ondanks een toebedeeld bedrag na de hypotheekaflossing. Ook is niet gebleken dat het kind dakloos dreigt te worden, mede omdat de ex-partner medeverantwoordelijk is voor huisvesting.
Verder wees de rechtbank het beroep af omdat de hardheidsclausule slechts in zeer bijzondere gevallen wordt toegepast en de situatie van eiseres zich onvoldoende onderscheidt van anderen in vergelijkbare omstandigheden. De belangen van het kind zijn voldoende betrokken en er zijn geen andere bijzondere omstandigheden die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieaanvraag wordt ongegrond verklaard.