De rechtbank Midden-Nederland heeft op 23 maart 2022 uitspraak gedaan in een civiele zaak over de afwikkeling van de nalatenschap van een overleden echtgenote en de verdeling van de voormalige echtelijke woning. De erflaatster had haar onverdeelde aandeel in de woning gelegateerd aan haar echtgenoot onder de verplichting de hypotheekschuld te dragen en de erfgenamen te vrijwaren. De executeurs stelden dat de termijn voor afgifte van het legaat was verstreken en vorderden verkoop van de woning vanwege onverdeeldheid en hoofdelijke aansprakelijkheid.
De rechtbank oordeelde dat de echtgenoot nog een termijn van negen maanden krijgt om het legaat af te nemen en de erfgenamen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid te ontslaan. Indien dit niet lukt, moet hij meewerken aan verkoop en verdeling van de woning. Daarnaast behandelde de rechtbank de verrekening van huwelijkse voorwaarden met een finaal verrekenbeding. De vordering van de executeurs tot vergoeding van diverse bedragen werd grotendeels afgewezen, behalve een bedrag van € 70.082,- dat werd toegewezen met wettelijke rente.
De rechtbank compenseerde de proceskosten en stelde voorwaarden aan dwangsommen bij niet-naleving van de verkoopverplichtingen. De beslissing houdt rekening met de belangen van de erfgenamen, de echtgenoot en de bijzondere familiale verhoudingen.