Uitspraak
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Inleiding
4 januari 2019 ziek meldde.
WIA-uitkering.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser, die aanvankelijk een WW-uitkering ontving en daarna een Ziektewetuitkering, vroeg op 18 januari 2021 een WIA-uitkering aan bij het UWV. Na een uitgebreid medisch onderzoek door een verzekeringsarts en een arbeidskundig onderzoek, stelde het UWV vast dat eiser 22,63% arbeidsongeschikt was, later bij bezwaar 18,33%, wat onvoldoende is voor een WIA-uitkering.
Eiser maakte bezwaar tegen deze beslissing, waarna een herbeoordeling plaatsvond waarbij de functionele mogelijkhedenlijst werd aangepast en functies opnieuw werden beoordeeld. Desondanks bleef de arbeidsongeschiktheid onder de 35%.
De rechtbank oordeelde dat de medische en arbeidskundige beoordelingen zorgvuldig en begrijpelijk waren en dat eiser onvoldoende objectief bewijs had geleverd om deze te betwisten. De ervaren beperkingen van eiser zelf waren niet doorslaggevend. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.