ECLI:NL:RBMNE:2022:1198
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid en WGA-uitkering
Eiseres werkte als wijkverzorgende en werd arbeidsongeschikt verklaard wegens gezondheidsklachten. Na een loongerelateerde uitkering werd haar arbeidsongeschiktheid door het UWV vastgesteld op 38,32%, waarop eiseres bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde tegen dit besluit.
De rechtbank beoordeelde of het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid correct had vastgesteld. Het medisch onderzoek was zorgvuldig uitgevoerd door verzekeringsartsen die diverse medische dossiers bestudeerden. Eiseres bracht onvoldoende medische onderbouwing om het oordeel van het UWV te weerleggen, ook haar verzoek tot inschakeling van een onafhankelijke deskundige werd afgewezen.
De rechtbank concludeerde dat de functionele mogelijkhedenlijst (FML) en de arbeidskundige beoordeling juist waren vastgesteld. De beperkingen van eiseres werden adequaat in kaart gebracht en er was geen reden om de vaststelling van 38,32% arbeidsongeschiktheid te herzien. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de vaststelling van haar arbeidsongeschiktheid op 38,32% wordt ongegrond verklaard.