Deze uitspraak betreft het verzet van opposant tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 19 november 2021, waarin het beroep van opposant gegrond werd verklaard wegens het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar door het college van burgemeester en wethouders van Utrecht.
Opposant was het eens met de gegrondverklaring van het beroep, maar stelde bezwaar tegen de hoogte van de opgelegde dwangsom en verzocht om een hogere dwangsom conform een beleidslijn die een hogere dwangsom bij overschrijding van de termijn voorschrijft.
De rechtbank heeft beoordeeld of de eerdere uitspraak ten onrechte kennelijk gegrond was verklaard en concludeerde dat dit niet het geval was. De rechtbank oordeelde dat het verschil van mening over de hoogte van de dwangsom geen reden is om het verzet gegrond te verklaren.
Daarom verklaarde de rechtbank het verzet ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is definitief, hoger beroep is niet mogelijk.