Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 maart 2022 in de zaak tussen
[verzoekster] ., gevestigd in [plaats] , verzoekster
Procesverloop
28 oktober 2014, tot een maximum van € 500.000,-.
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoekster kreeg een last onder dwangsom opgelegd door gedeputeerde staten van Flevoland wegens overtreding van de geurnorm in haar omgevingsvergunning. Tegen deze last maakte zij bezwaar en vroeg zij om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter had eerder een ordemaatregel getroffen om de last te schorsen tot de uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening.
Na verlenging van deze ordemaatregel en het ongegrond verklaren van het bezwaar door gedeputeerde staten, heeft verzoekster beroep ingesteld en opnieuw een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter constateerde dat de begunstigingstermijn was verlopen en dat verzoekster een dwangsom verbeurt bij overtreding.
Omdat gedeputeerde staten niet bereid was af te zien van handhavend optreden en de voorzieningenrechter het verzoek niet tijdig inhoudelijk kon behandelen, werd opnieuw de last onder dwangsom geschorst bij wijze van ordemaatregel. De schorsing betreft geen inhoudelijk oordeel, maar voorkomt onomkeerbare gevolgen totdat de voorlopige voorziening wordt behandeld op zitting.
De zitting is gepland op 13 april 2022, waarbij het belang van omwonenden en spoedeisendheid wordt afgewogen. Deze uitspraak is definitief en niet vatbaar voor rechtsmiddel.
Uitkomst: De last onder dwangsom wordt geschorst bij ordemaatregel tot uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening.