Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 maart 2022 in de zaak tussen
[eiseres], uit [plaats] , eisers
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eisers ontvingen sinds 2010 bijstand en deze werd in 2017 ingetrokken wegens het niet melden van vermogen in de vorm van onroerend goed in Turkije. De rechtbank oordeelde eerder dat het bewijs onrechtmatig was verkregen, maar verweerder mocht op grond van artikel 53a Pw een nieuw onderzoek instellen.
Verweerder vroeg de Kimliknummers van eisers op om het bezit van onroerend goed te verifiëren. Eisers weigerden deze te verstrekken, waarna het recht op bijstand per 12 maart 2019 werd ingetrokken. Eisers voerden aan dat de nummers niet nodig waren en dat het opvragen een disproportionele inbreuk op hun privacy vormde.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht onderzoek mocht doen en de Kimliknummers mocht opvragen om het vermogen te controleren. De weigering van eisers vormt een schending van de medewerkingsplicht. De inbreuk op privacy is volgens vaste jurisprudentie proportioneel en gerechtvaardigd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van het recht op bijstand wegens weigering verstrekken Kimliknummers wordt ongegrond verklaard.