ECLI:NL:RBMNE:2022:1282
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens vermeende schending inlichtingenplicht niet gegrond
Eiser ontving bijstand van de gemeente Amersfoort, maar zijn uitkering werd ingetrokken per 1 maart 2021 wegens vermeende schending van de inlichtingenplicht. Eiser verbleef sinds een geweldsincident in september 2018 niet meer op het uitkeringsadres, maar bij zijn vriendin in een andere plaats. Verweerder stelde dat eiser na augustus 2019 geen contact meer had opgenomen over zijn verblijfplaats, wat een schending van de inlichtingenplicht zou zijn.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende kennis had van de feitelijke woonsituatie van eiser en dat eiser geen verplichting had om dit opnieuw te melden, zeker omdat verweerder hem niet had opgedragen dit te doen. Het stilzwijgen van eiser vormt daarom geen schending van de inlichtingenplicht. Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd.
Toch laat de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat het niet in geschil is dat eiser vanaf 1 maart 2021 zijn hoofdverblijf buiten de gemeente Amersfoort had, waardoor hij geen recht op bijstand had. Tevens wordt eiser vrijgesteld van griffierecht en krijgt hij een proceskostenvergoeding van €541,- toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.