ECLI:NL:RBMNE:2022:1305
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling stopzetting Ziektewet-uitkering wegens vermeende arbeidsgeschiktheid
Eiser, die zich ziek meldde vanuit de Werkloosheidswet, kreeg per 9 februari 2021 een stopzetting van zijn Ziektewet-uitkering door het UWV, omdat hij volgens het UWV meer dan 65% van zijn loon kon verdienen. Eiser betwistte dit en stelde dat zijn beperkingen onvoldoende waren meegewogen, mede vanwege zijn respiratoire aandoeningen en psychische klachten.
De rechtbank beoordeelde de medische rapportages van de verzekeringsartsen bezwaar en beroep en concludeerde dat deze zorgvuldig, consistent en volledig waren opgesteld en dat de medische beoordeling juist was. De aanvullende beperkingen in de functionele mogelijkhedenlijst werden adequaat gemotiveerd en de rapportage van een externe organisatie was niet vergelijkbaar met de gehanteerde standaarden.
Ook de arbeidsdeskundige beoordeling van passende functies werd door de rechtbank als juist beoordeeld. Eiser kon de geduide functies uitoefenen gezien zijn beperkingen. Het verzoek van eiser tot benoeming van een onafhankelijke medisch deskundige werd afgewezen omdat de medische informatie volledig was betrokken en er geen aanwijzingen waren voor onjuistheid.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter S.G.M. van Veen op 22 maart 2022.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het stopzetten van zijn Ziektewet-uitkering wordt ongegrond verklaard.