ECLI:NL:RBMNE:2022:1370
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring woningaanvraag ondanks psychische klachten en zorgverdeling
Eiseres diende een aanvraag in voor een urgentieverklaring om een woning te verkrijgen na haar scheiding, waarbij haar ex-partner de woning behield en zij samen het ouderlijk gezag over hun dochter behielden. Het college wees de aanvraag af omdat eiseres niet aan de algemene voorwaarden van de Huisvestingsverordening Almere 2019 voldeed, met name omdat zij onvoldoende had aangetoond dat zij haar woonprobleem had opgelost, bijvoorbeeld door te zoeken naar kamerbewoning.
Eiseres maakte bezwaar tegen deze afwijzing en overhandigde een medische brief die haar psychische klachten onderbouwt. Het college hield deze brief buiten beschouwing omdat deze na het bezwaarbesluit was opgesteld, maar de rechtbank oordeelde dat deze brief in de beroepsfase wel meegenomen mag worden. Desondanks vond de rechtbank dat het college terecht had vastgesteld dat eiseres niet aan de voorwaarden voldeed.
De rechtbank overwoog verder dat de hardheidsclausule, die in uitzonderlijke persoonlijke noodsituaties kan worden toegepast, niet van toepassing is omdat er geen sprake is van een persoonlijke noodsituatie. Hoewel de situatie voor eiseres moeilijk is, is er geen onveilige situatie voor de dochter bij de ex-partner en is het belang van de dochter voldoende meegewogen.
De rechtbank concludeerde dat het college de aanvraag terecht heeft afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard.