ECLI:NL:RBMNE:2022:1426
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over WIA-uitkering wegens procedurele onregelmatigheid zonder wijziging uitkering
Eiser, voormalig magazijnmedewerker, ontvangt sinds 2014 een WIA-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van circa 61,45%. Na een herbeoordeling in 2019 handhaafde het UWV dit percentage, waarna eiser bezwaar maakte. Bij besluit van mei 2021 werd het bezwaar gegrond verklaard, maar bleef de arbeidsongeschiktheidsklasse ongewijzigd. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank oordeelt dat het medisch onderzoek door de verzekeringsarts zorgvuldig, begrijpelijk en zonder tegenstrijdigheden is uitgevoerd. De door eiser aangevoerde medische bezwaren en vermeende toename van klachten worden niet voldoende onderbouwd met objectieve medische informatie. De arbeidsdeskundige bevestigt dat de geduide functies passen binnen de belastbaarheid van eiser.
Wel constateert de rechtbank dat het UWV na het instellen van beroep een extra beperking heeft toegevoegd zonder deze in bezwaar te melden, wat strijdig is met artikel 7:12 Awb Pro. Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd. Gezien de aanvullende beperking wordt het niet zinvol geacht het UWV een nieuw besluit te laten nemen, zodat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven en de uitkering niet wijzigt.
Tot slot wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens procedurele onregelmatigheid, maar de rechtsgevolgen blijven in stand zodat de WIA-uitkering niet wijzigt.