Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het procesverloop
- de dagvaarding van 3 maart 2022 met producties 1 tot en met 23;
- de brief van 28 maart 2022 van [gedaagde] met de aankondiging van een vordering in
Rechtbank Midden-Nederland
In deze kort geding procedure vordert eiser dat gedaagde wordt veroordeeld tot ondertekening van de koopovereenkomst en medewerking aan het notarieel transport van een bedrijfs-onroerend goed gelegen aan een adres te een woonplaats. Gedaagde verzoekt in reconventie om overdracht van het aandeel van eiser in het pand tegen een door de rechter te bepalen koopsom.
De voorzieningenrechter constateert dat partijen gezamenlijk eigenaar zijn van het pand en dat reeds een eerdere kort geding uitspraak van 3 december 2020 gedaagde heeft bevolen mee te werken aan verkoop. Bemiddelingsactiviteiten hebben geleid tot een koopovereenkomst met een huurder als koper, die gedaagde niet wil tekenen. De rechter oordeelt dat gedaagde gehouden is de overeenkomst te tekenen en mee te werken aan het notarieel transport, mede omdat bezwaren van gedaagde niet steekhoudend zijn.
De vordering in reconventie wordt afgewezen wegens gebrek aan juridische grondslag. De rechter benadrukt het spoedeisend belang vanwege de reeds gesloten koopovereenkomst en wijst het meer of anders gevorderde af. Partijen zijn broers en ieder draagt de eigen proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ondertekening van de koopovereenkomst en medewerking aan het notarieel transport van het bedrijfs-onroerend goed.