ECLI:NL:RBMNE:2022:1461
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond op te lage dwangsomvergoeding bij naheffingsaanslag parkeerbelasting
De zaak betreft een beroep tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Almere aan eiser. Eiser maakte bezwaar tegen de aanslag en stelde de gemeente in gebreke vanwege het niet tijdig beslissen op het bezwaar, waarna een dwangsom werd toegekend. De dwangsomvergoeding werd echter te laag vastgesteld vanwege een evidente tel- en rekenfout.
De rechtbank oordeelt dat de termijnoverschrijding 36 dagen bedroeg, waardoor de dwangsomvergoeding € 1.172,- had moeten bedragen in plaats van € 1.127,-. Verweerder erkende dit ook. Daarnaast moet verweerder wettelijke rente vergoeden over het restantbedrag van € 45,- vanaf 18 juni 2021 tot aan de dag van volledige betaling.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor zover het de dwangsomvergoeding betreft en bepaalt zelf de juiste vergoeding. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten, inclusief wettelijke rente over deze bedragen vanaf vier weken na verzending van de uitspraak.
De uitspraak is gedaan door rechter J.A. Schuman en griffier C. Fix op 17 maart 2022 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en bepaalt een hogere dwangsomvergoeding inclusief wettelijke rente en proceskostenvergoeding.