Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.[eiseres sub 1] ,
[eiser sub 2],
Rechtbank Midden-Nederland
Eisers hebben gedaagde in kort geding gedagvaard met het verzoek om herstel van een elektrisch hek. Voor de zitting op 1 april 2022 hebben eisers het kort geding ingetrokken, nadat partijen onderlinge afspraken hadden gemaakt. Gedaagde heeft vervolgens verzocht om een beslissing over de proceskosten.
De kantonrechter oordeelt dat het kort geding ondanks intrekking aanhangig blijft voor zover het gaat om de proceskosten, conform de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad. Gedaagde heeft tijdig kenbaar gemaakt een beslissing over de proceskosten te wensen.
Omdat niet is gebleken dat gedaagde aan de vordering heeft voldaan of daartoe heeft toegestemd, worden eisers als de in het ongelijk gestelde partij aangemerkt. Daarom worden zij veroordeeld tot betaling van de proceskosten van gedaagde, begroot op € 249,00. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Eisers worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 249,00 aan gedaagde na intrekking van het kort geding.