ECLI:NL:RBMNE:2022:156
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen
Eiseres diende op 4 september 2021 een verzoek in bij het Waterschap Zuiderzeeland om een preventieve last onder dwangsom op te leggen ter voorkoming van overtredingen tijdens toekomstige viswedstrijden. Nadat verweerder niet tijdig had beslist, stelde eiseres op 3 november 2021 verweerder in gebreke en stelde vervolgens op 25 november 2021 beroep in wegens het niet tijdig beslissen.
Verweerder betwistte de ontvangst van het handhavingsverzoek van 4 september 2021 en onderbouwde dit met een loguitdraai waaruit bleek dat er in september 2021 geen e-mail van eiseres was ontvangen. Pas op 22 november 2021 ontving verweerder het verzoek daadwerkelijk. De rechtbank oordeelde dat de ontvangst redelijkerwijs betwijfeld kon worden en dat verweerder pas op 22 november 2021 op de hoogte was van het verzoek.
Gezien de beslistermijn van acht weken die vanaf dat moment geldt, was de ingebrekestelling van 3 november 2021 prematuur. Hierdoor was het beroep van eiseres niet-ontvankelijk. De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding en bepaalde dat verweerder uiterlijk op 17 januari 2022 moest beslissen.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling prematuur was ingediend.