Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 april 2022 in de zaak tussen
Coöperatie Verhuur & Evenementen Utrecht U.A., uit Utrecht, eiseres
de burgemeester van de gemeente Utrecht, verweerder
[derde-partij] B.V.(vertegenwoordigd door: T.W. den Hartog) te [vestigingsplaats] .
Procesverloop
Overwegingen
ex tunc).
“Bij meerdere aanvragen voor één locatie wordt voorrang gegeven aan horecaondernemers in Utrecht die nu geen terras of een terras hebben met slechts enkele tafels/stoelen.”Hieruit volgt dat ondernemers zonder terras ook een aanvraag kunnen doen op grond van deze beleidsregel. Op de aanvraag van de derde-partij was het beleid dus van toepassing.
“Uw exploitatievergunning biedt ruimte om gelegenheid te bieden voor mensen om in de kano te stappen en vervolgens te water te laten (lanceren van de kano). Het voorbereiden van de kano door deze klaar te leggen op de kade past binnen deze vergunning.”. Verder staat in dezelfde brief:
“U mag dit enkel doen voor uw eigen perceel, waarbij u vrije ruimte laat voor de trap (in verband met de veiligheid) en tot de boom aan de andere kant van uw perceel.”.Het uitgangspunt is dat eiseres kano’s mag klaarleggen voor het eigen perceel van eiseres, dus voor [adres] . Naar het oordeel van de rechtbank heeft de zinsnede na de komma (‘waarbij u vrije ruimte laat […] van uw perceel’), betrekking op het vrijlaten van een strook direct aan, en parallel aan, de waterkant, tussen de trap en de boom ter hoogte van [adres] maar dus níet op het gebruik van de (hele) werf voor [adres] . Het uitgangspunt ‘enkel voor het eigen perceel’ staat voorop en dat wat daarna komt vormt geen uitbreiding daarvan, maar een beperking. Deze beperking is niet onlogisch in het licht van het feit dat het afmeren (voor langere tijd ‘parkeren’) van vaartuigen ter hoogte van [adres] (en [adres] ) niet is toegestaan, en dat klanten van eiseres de kano’s wel aan de kade voor beide adressen mogen aanleggen om in- en uit de kano te stappen of een kleine activiteit te verrichten, waarbij het vrijlaten van een strook tussen de trap en de boom bij nummer [adres] een voorwaarde is in verband met de veiligheid. Dat de toevoeging van de bewuste zinsnede voor onduidelijkheid bij partijen zorgt, is hoewel begrijpelijk geen reden om hierover anders te oordelen. Dit geldt ook voor de overweging in het bestreden besluit waar staat dat ‘[het belang van de derde-partij zwaarder weegt dan het belang dat] eiseres alleen nog gebruik kan maken van haar eigen perceel’. Hoewel uit die passage zou kunnen worden begrepen dat sprake is van een wijziging in de situatie, blijkt uit de rest van het besluit dat verweerder geen (impliciete) wijziging bedoeld heeft.