ECLI:NL:RBMNE:2022:1595

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
22 april 2022
Publicatiedatum
25 april 2022
Zaaknummer
UTR 21/4557 – vervallen verklaring
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ambtshalve vervallen verklaring van dubbele uitspraak over niet tijdig beslissen

Eiser diende op 25 maart 2021 een beroep in tegen het niet tijdig beslissen door het college van burgemeester en wethouders van Utrecht. De rechtbank verklaarde dit beroep op 18 juni 2021 gegrond en legde een termijn en dwangsom op. Eiser diende vervolgens opnieuw een beroep in tegen het niet tijdig beslissen, dat door de rechtbank op 20 januari 2022 eveneens gegrond werd verklaard onder zaaknummer UTR 21/4557.

De rechtbank constateerde dat dit beroep tweemaal was ingediend, zowel per e-mail als per post, wat leidde tot twee verschillende zaaknummers (UTR 21/4511 en UTR 21/4557) voor hetzelfde beroep. Op 19 januari 2022 was al een uitspraak gedaan in zaak UTR 21/4511, waardoor de latere uitspraak van 20 januari 2022 evident onterecht was.

Omdat de verzetstermijn in beide zaken was verstreken en geen rechtsmiddel meer openstond, werd de vervallenverklaring als enige herstelmogelijkheid gezien. De rechtbank oordeelde dat eiser door deze vervallenverklaring niet in zijn belangen werd geschaad, aangezien het dictum in beide uitspraken hetzelfde was.

De rechtbank verklaarde daarom de uitspraak van 20 januari 2022 ambtshalve vervallen en sloot de zaak UTR 21/4557 af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de uitspraak van 20 januari 2022 ambtshalve vervallen wegens dubbele behandeling van hetzelfde beroep.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/4557 – vervallen verklaring

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 april 2022 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. M.M. Breukers),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder.

Procesverloop

Op 25 maart 2021 heeft eiser een beroep ingediend tegen het niet tijdig nemen van een beslissing. Dit beroep is door deze rechtbank bij uitspraak van 18 juni 2021 met zaaknummer UTR 21/1469 gegrond verklaard. De rechtbank heeft daarin verweerder een termijn van twee weken opgelegd om een besluit te nemen en bepaald dat als verweerder dit niet doet hij een dwangsom verbeurt van € 100,- per dag, met een maximum van € 15.000,-.
Eiser heeft vervolgens een beroep tegen het niet tijdig beslissen naar aanleiding van de uitspraak van 18 juni 2021 ingediend. Bij uitspraak van 20 januari 2022 heeft de rechtbank in de onderhavige zaak met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het beroep van eiser gegrond verklaard.

Overwegingen

1. De rechtbank kan een uitspraak die zij heeft gedaan ambtshalve vervallen verklaren. Een vervallenverklaring kan alleen in zeer bijzondere gevallen en als er geen wettelijke oplossing is. Deze buitenwettelijke beslissing dient niet om gebreken in de motivering van de uitspraak naar aanleiding van een schriftelijke reactie van één der partijen te repareren, maar uitsluitend tot herstel van een ernstige, niet voor rectificatie vatbare fout van de rechter die niet door het instellen van enig rechtsmiddel kan worden ondervangen. [1] De rechtbank vindt dat de uitspraak van 20 januari 2022 vervallen moet worden verklaard. Dat legt zij hierna uit.
2. De rechtbank heeft geconstateerd dat eiser zijn beroep gericht tegen het door verweerder niet tijdig beslissen na de uitspraak van 18 juni 2021 met zaaknummer UTR 21/1469 zowel per e-mail als per post heeft ingediend. Dit beroep is door de rechtbank ontvangen op respectievelijk 12 november 2021 en 15 november 2021. Dit heeft ertoe geleid dat er twee verschillende zaaknummers zijn aangemaakt voor hetzelfde beroep, namelijk UTR 21/4511 en UTR 21/4557.
3. De rechtbank heeft op 19 januari 2022 in de zaak UTR 21/4511 uitspraak gedaan op het beroep van eiser, waarin het beroep gegrond is verklaard. Dit maakt dat de uitspraak van 20 januari 2022 gericht op hetzelfde beroep evident onverplicht en ten onrechte is genomen. Omdat de verzetstermijn in de beide zaken is verstreken staat er geen rechtsmiddel open en ziet de rechtbank een vervallenverklaring als enige mogelijkheid voor herstel. De rechtbank merkt daarbij op dat het dictum in de beide uitspraken hetzelfde is en eiser met een vervallenverklaring dus niet in zijn belangen wordt geschaad.
4. De rechtbank verklaart daarom de uitspraak van 20 januari 2022 ambtshalve vervallen. Omdat het zaaknummer UTR 21/4557 ten onrechte is aangemaakt, is deze zaak met de onderhavige uitspraak afgesloten.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 20 januari 2022 met zaaknummer UTR 21/4557 vervallen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Zwijnenberg, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 april 2022.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, van 2 september 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AR2963.