ECLI:NL:RBMNE:2022:1595
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ambtshalve vervallen verklaring van dubbele uitspraak over niet tijdig beslissen
Eiser diende op 25 maart 2021 een beroep in tegen het niet tijdig beslissen door het college van burgemeester en wethouders van Utrecht. De rechtbank verklaarde dit beroep op 18 juni 2021 gegrond en legde een termijn en dwangsom op. Eiser diende vervolgens opnieuw een beroep in tegen het niet tijdig beslissen, dat door de rechtbank op 20 januari 2022 eveneens gegrond werd verklaard onder zaaknummer UTR 21/4557.
De rechtbank constateerde dat dit beroep tweemaal was ingediend, zowel per e-mail als per post, wat leidde tot twee verschillende zaaknummers (UTR 21/4511 en UTR 21/4557) voor hetzelfde beroep. Op 19 januari 2022 was al een uitspraak gedaan in zaak UTR 21/4511, waardoor de latere uitspraak van 20 januari 2022 evident onterecht was.
Omdat de verzetstermijn in beide zaken was verstreken en geen rechtsmiddel meer openstond, werd de vervallenverklaring als enige herstelmogelijkheid gezien. De rechtbank oordeelde dat eiser door deze vervallenverklaring niet in zijn belangen werd geschaad, aangezien het dictum in beide uitspraken hetzelfde was.
De rechtbank verklaarde daarom de uitspraak van 20 januari 2022 ambtshalve vervallen en sloot de zaak UTR 21/4557 af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de uitspraak van 20 januari 2022 ambtshalve vervallen wegens dubbele behandeling van hetzelfde beroep.