Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[opposante] , te [woonplaats] , opposante
(gemachtigde: mr. E.F. de Roy van Zuydewijn).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Opposante heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV over een uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg (WAZO). De rechtbank verklaarde dit beroep op 27 september 2021 kennelijk ongegrond en wees het beroep niet-ontvankelijk omdat het bezwaar van opposante terecht niet-ontvankelijk was verklaard.
Tegen deze uitspraak stelde opposante verzet in. Tijdens de mondelinge behandeling op 13 april 2022 voerde opposante aan dat zij beroep had ingesteld tegen twee besluiten, maar trok deze grond later in. Tevens stelde zij dat sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding in de bezwaarfase, omdat zij tijdelijk niet in staat was haar belangen te behartigen en onjuist werd geïnformeerd door haar advocaat.
De rechtbank oordeelde dat het besluit op juiste wijze aan opposante was kenbaar gemaakt, inclusief een bezwaarclausule, en dat zij zelf tijdig pro forma bezwaar had kunnen indienen. De omstandigheid dat haar advocaat haar niet goed informeerde, kwam voor haar eigen rekening en risico. De verwijzing naar een uitspraak van de rechtbank Rotterdam was niet vergelijkbaar. Daarom bleef het verzet ongegrond en werd de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het verzet tegen de uitspraak waarin het beroep kennelijk ongegrond werd verklaard, is ongegrond verklaard.