ECLI:NL:RBMNE:2022:1607
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding wegens ontbreken beroepsmatige rechtsbijstand
In deze bestuursrechtelijke procedure verzochten verzoekers om een voorlopige voorziening tegen de opschorting van het recht op bijstand door verweerder. Nadat verweerder het primaire besluit had ingetrokken en het recht op bijstand had hersteld, trokken verzoekers hun verzoek in en verzochten zij om vergoeding van proceskosten.
Verweerder stelde dat de gemachtigde van verzoekers geen derde was die beroepsmatig rechtsbijstand verleende, zodat geen proceskosten verschuldigd waren. De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder aan het verzoek om voorlopige voorziening was tegemoetgekomen, maar dat voor proceskostenvergoeding vereist is dat de kosten betrekking hebben op beroepsmatige rechtsbijstand.
De gemachtigde gaf aan bijna 18 jaar advocaat te zijn geweest en nog juridische werkzaamheden te verrichten, maar kon niet aantonen dat zijn werkzaamheden een duurzame, op inkomsten gerichte taakuitvoering vormen. De voorzieningenrechter concludeerde daarom dat geen sprake was van beroepsmatige rechtsbijstand en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen wegens ontbreken van beroepsmatige rechtsbijstand.