Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 april 2022 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van de aan de bezwaarfase toerekenbare immateriële schade, vastgesteld op € 500,-;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ten bedrage van € 541,-;
- draagt verweerder op het door eiser betaalde griffierecht van € 49,- te vergoeden.