ECLI:NL:RBMNE:2022:1645
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. van Es – de Vries
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde van woning in Weesp ongegrond verklaard
De zaak betreft een beroep van eiser tegen de WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in Weesp, vastgesteld op €558.000 voor het belastingjaar 2020 met waardepeildatum 1 januari 2019. Verweerder, de heffingsambtenaar van de gemeente, heeft de waarde na bezwaar verlaagd van €594.000 naar €558.000.
De rechtbank beoordeelt of de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog is. Verweerder heeft een taxatiematrix overgelegd met drie referentiewoningen in dezelfde buurt, die qua bouwjaar en uitstraling vergelijkbaar zijn en recent rond de waardepeildatum zijn verkocht. De rechtbank acht deze vergelijkingen betrouwbaar en vindt dat verweerder voldoende rekening heeft gehouden met verschillen in gebruiksoppervlakte en andere kenmerken.
Eiser voerde aan dat de woning op de waardepeildatum nog in aanbouw was en dat woningen met drie woonlagen beter in de markt liggen dan zijn woning met twee woonlagen. De rechtbank oordeelt dat de feitelijke toestandsdatum terecht is vastgesteld op 1 januari 2020 vanwege bouwwijzigingen en dat het aantal woonlagen geen waardedrukkend effect heeft aangetoond.
De rechtbank concludeert dat verweerder de WOZ-waarde aannemelijk heeft gemaakt en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €558.000 wordt ongegrond verklaard.