ECLI:NL:RBMNE:2022:1647
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. van Es – de Vries
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Lelystad
Verweerder heeft de WOZ-waarde van een woning in Lelystad vastgesteld op €345.000 voor het belastingjaar 2021, waardepeildatum 1 januari 2020. Eiser betwist deze waarde en stelt een lagere waarde van €301.000 voor. De rechtbank beoordeelt de waarde op basis van de vergelijkingsmethode, waarbij verweerder een taxatiematrix overlegt met drie referentiewoningen die qua locatie, bouwjaar en verkoopdatum vergelijkbaar zijn.
De rechtbank oordeelt dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De referentiewoningen zijn passend gekozen en de verschillen in gebruiksoppervlakte en bijgebouwen zijn adequaat verwerkt in de waardering. De door eiser aangevoerde vergelijking met WOZ-waardes van andere woningen is onvoldoende nauwkeurig en niet doorslaggevend.
Ook het bezwaar dat verweerder onjuiste oppervlaktematen van een referentiewoning hanteert, wordt verworpen. Verweerder heeft toegelicht dat bijgebouwen apart gewaardeerd zijn en niet tot de gebruiksoppervlakte behoren. De rechtbank volgt dit standpunt en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €345.000 wordt ongegrond verklaard.