Eiser ontving een WW-uitkering die het UWV per 1 maart 2021 beëindigde vanwege verblijf in het buitenland anders dan wegens vakantie. Het UWV baseerde dit op een onderzoek waaruit bleek dat vanaf 10 maart 2020 betalingen en geldopnames op Malta werden gedaan, terwijl geen betalingen in Nederland plaatsvonden.
Eiser betwistte het verblijf in het buitenland en stelde dat zijn vriendin zijn bankpas gebruikte voor betalingen in Malta. Hij voerde aan dat hij contant leefde en geen vaste woonplaats had. Het UWV bracht ter zitting IP-loggegevens in, maar de rechtbank oordeelde dat deze niet ten grondslag mochten worden gelegd omdat dit niet in het bestreden besluit was vermeld.
De rechtbank vond dat het UWV voldoende aannemelijk had gemaakt dat eiser vanaf 10 maart 2020 buiten Nederland verbleef, gelet op de banktransacties en het ontbreken van tegenbewijs van eiser. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.