Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[verzoeker], te [plaats] , verzoekster
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoekster, handelend als bewindvoerder, heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Lelystad om de ondersteuning op grond van de Wmo toe te kennen in de vorm van Zorg in Natura (ZiN) in plaats van een persoonsgebonden budget (pgb).
De rechtbank heeft vastgesteld dat de pgb-vaardigheid van de moeder, die de pgb-beheerder is, ter discussie staat en dat verweerder het pgb heeft afgewezen vanwege twijfels hierover. Verzoekster stelt dat de moeder jarenlang als pgb-beheerder heeft gefunctioneerd en dat de zorg via ZiN onvoldoende is vanwege allergieën en ongeschiktheid van de zorgaanbieder.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen spoedeisend belang is omdat niet aannemelijk is gemaakt dat de zorg op korte termijn stopt of dat verzoeker in een noodsituatie komt. Ook is het besluit niet evident onrechtmatig. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Tijdens de zitting zijn afspraken gemaakt over het aanleveren van gegevens door de moeder aan verweerder, die meegenomen zullen worden in de beoordeling van het bezwaar.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en het besluit is niet evident onrechtmatig.