ECLI:NL:RBMNE:2022:1679
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning te [woonplaats]
Verweerder heeft de WOZ-waarde van een woning in [woonplaats] vastgesteld op €290.000,- voor het belastingjaar 2021, wat eiser betwistte met een waarde van €255.000,-. De rechtbank behandelde het beroep op 13 april 2022 en oordeelde dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, onder meer met een taxatiematrix die rekening houdt met verschillen tussen referentiewoningen en de woning van eiser.
Eiser bracht op de zitting nieuwe beroepsgronden aan, waaronder de eigen aankoopprijs en het ontbreken van cijfermatige onderbouwing van KOUDV-factoren, maar deze werden buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde en het niet tijdig indienen van deze gronden. Verder werd het standpunt over onvoldoende rekening houden met gedateerde voorzieningen afgewezen omdat verweerder dit voldoende had meegenomen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees erop dat partijen binnen zes weken hoger beroep kunnen instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard.