Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
verder ook te noemen [A] ,
Rechtbank Midden-Nederland
De huurder [A] verhuurt sinds 2002 een woning van Woonpalet. In 2012 werden hennepplanten in een geheime kast in de woning aangetroffen, maar ontbinding werd toen afgewezen vanwege geringe ernst en persoonlijke omstandigheden van de huurder.
In 2020 en 2021 werden opnieuw hennepplanten aangetroffen, ditmaal in de achtertuin. Woonpalet vorderde ontbinding van de huurovereenkomst wegens overtreding van goed huurderschap, strijd met de bestemming en stankoverlast. De huurder en zijn bewindvoerder voerden verweer dat er geen sprake was van bedrijfsmatige teelt, geen contractueel verbod bestond en dat er geen overlast was.
De rechtbank oordeelde dat drie planten niet wijzen op bedrijfsmatige teelt en dat de huurder de hennep voor medicinaal gebruik teelde. Er was geen bewijs van overlast, verloedering of criminaliteit. Het zerotolerancebeleid was niet contractueel aanvaard en niet van doorslaggevend belang. Gezien de geringe ernst van de tekortkoming en de kwetsbare positie van de huurder was ontbinding niet gerechtvaardigd.
De vordering tot ontbinding en ontruiming werd afgewezen en Woonpalet werd veroordeeld in de proceskosten. De huurder werd gewaarschuwd dat herhaling wel tot ontbinding kan leiden.
Uitkomst: De vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst wegens hennepteelt in de achtertuin wordt afgewezen.