ECLI:NL:RBMNE:2022:1725
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard wrakingsverzoek tegen rechter in bestuursrechtelijke zaak over politiegegevens
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter in een bestuursrechtelijke zaak over het beroep tegen de afwijzing van een verzoek tot wijziging van politiegegevens. Het wrakingsverzoek was gebaseerd op het feit dat verzoekers gemachtigde niet tijdig het volledige procesdossier had ontvangen, waardoor het praktisch onmogelijk was om tijdig nadere gronden in te dienen of de eis op de zitting nader te onderbouwen. Verzoeker stelde dat hierdoor de beginselen van een eerlijk proces en gelijke wapens werden geschonden, en dat de rechter de schijn van partijdigheid had gewekt.
De rechter had het verzoek tot uitstel van behandeling afgewezen met een korte motivering, waarop de wrakingskamer oordeelde dat deze beslissing een procedurele procesbeslissing betreft die in beginsel geen grond voor wraking vormt. De wrakingskamer stelde vast dat er geen persoonlijke vooringenomenheid of gerechtvaardigd vermoeden daarvan was en dat de motivering van de afwijzing niet zodanig onbegrijpelijk was dat daaruit vooringenomenheid kon worden afgeleid. Verzoeker had bovendien de mogelijkheid om contact op te nemen met de rechtbankadministratie, maar maakte hier geen gebruik van.
De wrakingskamer concludeerde dat de rechterlijke onpartijdigheid niet was geschaad en verklaarde het wrakingsverzoek ongegrond. De procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de behandelend rechter is ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.