Uitspraak
1.De procedure
- de dagvaarding van 23 november 2021;
- het proces-verbaal van de civiele rolzitting van 1 december 2021 met de reactie van [procesdeelnemer III] ;
- de brief van de griffier van 12 januari 2022 waarmee partijen zijn opgeroepen voor de mondelinge behandeling.
- namens [procesdeelnemer I] de heer [A] , bijgestaan door zijn gemachtigde mr. F.A.J.M. Peeters;
- namens [procesdeelnemer II] de heer [B] , bijgestaan door zijn gemachtigde mr. J.J.C. Wenno;
- namens [procesdeelnemer III] de heer [C] .
2.Waar gaat het geschil over?
3.Het geschil
- primair te verklaren voor recht dat [procesdeelnemer II] aansprakelijk is voor een bedrag van € 2.344 (te vermeerderen met btw) op grond van artikel 6:76 BW Pro voor de schade veroorzaakt door [procesdeelnemer III] tijdens het uitvoeren van de overeengekomen freeswerkzaamheden;
- subsidiair voor recht te verklaren dat [procesdeelnemer II] op grond van artikel 6:171 BW Pro aansprakelijk is voor een bedrag van € 2.344 (te vermeerderen met btw) voor een door [procesdeelnemer III] begane onrechtmatige daad door met een freesmachine tegen een slagboominstallatie te rijden;
- [procesdeelnemer II] te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 350,10;
- [procesdeelnemer II] te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over een bedrag van € 2.344 te rekenen vanaf 24 november 2020;
- [procesdeelnemer II] te veroordelen in de kosten van de procedure, inclusief de nakosten.
4.De beoordeling in de hoofdzaak
5.De beoordeling in de vrijwaring
6.De beslissing
- een bedrag van € 1.682,50, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over dat bedrag vanaf 12 november 2020;
- een bedrag van € 252,37 aan buitengerechtelijke kosten.