Eiser kocht een gebruikte Honda Civic uit 2007 met 153.383 km op de teller. Na levering constateerde hij gebreken aan de airconditioning, die in december 2020 door gedaagde kosteloos werden gerepareerd. Eiser stelde dat de aircopomp vervangen had moeten worden, maar kon dit niet onderbouwen.
In juli 2021 bleek de airconditioning opnieuw defect. Eiser vroeg vergoeding van reparatiekosten en bijkomende schade, stellende dat de auto non-conform was. Gedaagde betwistte dat de aircopomp vervangen moest worden en stelde dat het probleem lag bij een zekering. Tevens was er een finale kwijting overeengekomen.
De rechtbank oordeelde dat de auto na reparatie voldeed aan de overeenkomst en dat eiser onvoldoende bewijs leverde dat de aircopomp defect was. Ook de kosten voor reparaties aan andere onderdelen zoals de multi-V-riem en ruitenwissers zijn voor rekening van eiser gezien de leeftijd en kilometerstand van de auto.
De vordering tot schadevergoeding werd daarom afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.