Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 9 mei 2022 in de zaak tussen
[eiser] uit [woonplaats] , eiser,
de minister van Financiën, verweerder
Inleiding
De standpunten van partijen
Overwegingen
De richtlijn gegevensbescherming opsporing en vervolging biedt de mogelijkheid om de persoonsgegevens, die worden verwerkt met het oog op de doelen binnen het toepassingsgebied van de richtlijn, verder te verwerken voor andere doelen voor zover die verwerking krachtens het Unierecht of het recht van de lidstaten is toegestaan. De verordening [AVG] is dan van toepassing op de verdere verwerking door de ontvanger van de gegevens (artikel 9 Rl Pro). Voor de Wpg en de Wjsg betekent dit dat de richtlijn de verstrekking van gegevens aan derden toelaat met het oog op andere doelen dan de opsporing of vervolging van strafbare feiten, voor zover die verstrekking bij of krachtens de wet is voorzien. Aan dit vereiste is in de Wpg en de Wjsg reeds voldaan (artikelen 18, 19 en 20 Wpg en 9 tot en met 14 Wjsg). Voor verstrekking van gegevens inzake tenuitvoerlegging en berechting van strafbare feiten sluit het wetsvoorstel hierbij aan.” [7]
Beslissing
mr. J.E. van den Brink, leden, in aanwezigheid van mr. S. Westerhof, griffier. De beslissing is uitgesproken op 9 mei 2022 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.