Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het verzoek vaststellen slotdeclaratie (8876350), ingekomen op 11 november 2020;
- het verzetschrift van [B (voornaam)] , ingekomen ter griffie op 18 november 2020;
- het verzetschrift van [C (voornaam)] , ingekomen ter griffie op 19 november 2020;
- het verweerschrift van verzoekster, ingekomen ter griffie op 23 september 2021.
- de vereffenaar met haar kantoorgenoot mevrouw [F] ,
- [B (voornaam)] met haar gemachtigde,
- [C (voornaam)] met haar gemachtigde en haar partner,
- [E (voornaam)] met haar partner.
2.De vaststaande feiten
3.Het geschil
- De kosten van een dwangbevel GBLT 2019 ad € 66,-- zal de vereffenaar voor eigen rekening nemen.
- De contanten van € 29,-- die door [C (voornaam)] op 7 november 2018 zijn gevonden, zijn wel vermeld in de rekening en verantwoording. [C (voornaam)] heeft dit punt ingetrokken.
- Volgens [C (voornaam)] hebben [E (voornaam)] en zij contanten aangetroffen waarvan [E (voornaam)] een bedrag van € 6.140,-- heeft uitgegeven terwijl het overige is gestort. De boedel heeft dus nog een vordering tot dat bedrag op [E (voornaam)] . [E (voornaam)] heeft dit tijdens de zitting erkend. Deze vordering was niet vermeld in de boedelbeschrijving en de vereffenaar past deze hierop aan, waarbij zij ook een telfout verbetert, waarna het totaalbedrag van de gevonden contanten € 61.280,-- beloopt. Daarvan is € 55.140,-- gestort en bestaat voor € 6.140,-- een vordering op [E (voornaam)] .
- Omdat publicatie in de digitale Staatscourant kosteloos plaatsvindt, trekt [C (voornaam)] haar bezwaar op dit punt in.
- Van inschakeling van een boedelnotaris of declaratie van kosten ter zake is geen sprake geweest. [B (voornaam)] trekt haar bezwaar op dit punt in.