ECLI:NL:RBMNE:2022:1783
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening urgentieverklaring woningzoekende
Verzoekster heeft bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere een urgentieverklaring aangevraagd, welke is afgewezen op basis van het bindingsvereiste. Tegen dit besluit is bezwaar gemaakt en is vervolgens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld en beoordeeld of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. De urgentieverklaring is afgewezen vanwege het bindingsvereiste, een algemene voorwaarde die eerst getoetst wordt voordat inhoudelijke voorwaarden aan bod komen. De voorzieningenrechter acht het op dit moment niet mogelijk om deze voorwaarden te beoordelen, omdat dit in de bezwaarfase kan plaatsvinden.
Daarnaast is onduidelijk of verzoekster behoort tot een categorie woningzoekenden waarvoor het bindingsvereiste niet geldt, zoals personen die vanwege relationele problemen of geweld hun woonruimte hebben verlaten en verblijven in een tijdelijke opvangvoorziening. Dit kan nader worden onderzocht in de bezwaarprocedure.
Ook is er sprake van een motiveringsgebrek in het bestreden besluit met betrekking tot de toepassing van de hardheidsclausule, maar dit betekent niet dat het bezwaar kansrijk is, aangezien dit in de bezwaarprocedure kan worden hersteld.
De voorzieningenrechter concludeert dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft.