ECLI:NL:RBMNE:2022:1830
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank stelt ingangsdatum IVA-uitkering vast op 1 maart 2018 wegens onvoldoende uitvoering UWV
Eiseres verzocht om herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van een werknemer in het kader van de Wet WIA. Het UWV handhaafde aanvankelijk een ingangsdatum van 23 april 2019 voor de IVA-uitkering, ondanks een eerdere uitspraak van de rechtbank die het UWV opdroeg de medische informatie van de geestelijke gezondheidszorg inhoudelijk te beoordelen.
De rechtbank constateert dat het UWV deze opdracht onvoldoende heeft uitgevoerd. Het UWV baseerde zich nog steeds op de datum van ontvangst van medische informatie in plaats van de inhoud en periode waarop deze betrekking heeft. Ook werd onvoldoende ingegaan op de door eiseres aangedragen mogelijke ingangsdata maart en juni 2018.
De rechtbank stelt daarom zelf vast dat de werknemer met ingang van 1 maart 2018 recht heeft op een IVA-uitkering, gelet op de ernst en duur van de klachten en de behandelingen die vanaf april 2016 tot juni 2018 plaatsvonden. Tevens veroordeelt de rechtbank het UWV tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
De uitspraak volgt op eerdere procedures waarin het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen, maar dit niet deugdelijk heeft gemotiveerd. De rechtbank treedt in de plaats van het UWV en maakt een definitieve beslissing om verdere bestuursrechtelijke procedures te voorkomen.
Uitkomst: De rechtbank stelt de ingangsdatum van de IVA-uitkering vast op 1 maart 2018 en vernietigt het bestreden besluit.