ECLI:NL:RBMNE:2022:1831
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen nihil compensatie transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid
Eiseres, werkgever van een langdurig arbeidsongeschikte werknemer, heeft een transitievergoeding betaald bij beëindiging van het dienstverband na 1 juli 2015. Zij vroeg compensatie van deze vergoeding bij het UWV, dat het bedrag nihil stelde omdat het wettelijke peilmoment voor compensatie het einde van het opzegverbod van twee jaar ziekte is, dat in dit geval op 3 september 2012 lag, vóór de inwerkingtreding van de compensatieregeling op 1 juli 2015.
Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV werd afgewezen. In het beroep bij de rechtbank voerde zij aan dat compensatie ook mogelijk moet zijn als de beëindiging van het dienstverband plaatsvindt na 1 juli 2015, ongeacht het eerdere einde van het opzegverbod. De rechtbank verwierp dit standpunt en bevestigde de eerdere lijn dat het peilmoment voor de compensatie het einde van het opzegverbod is.
De rechtbank wees erop dat de wetstekst van artikel 7:673e BW duidelijk is en dat de compensatie niet terugwerkt voorbij 1 juli 2015. Ook achtte de rechtbank het niet aannemelijk dat werkgevers slapende dienstverbanden beëindigen met compensatie als zij die niet kunnen ontvangen. Het beroep werd ongegrond verklaard en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het nihil stellen van de compensatie van de transitievergoeding wordt ongegrond verklaard.