ECLI:NL:RBMNE:2022:1837
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde vrijstaande woning te Utrecht voor belastingjaar 2021
De rechtbank Midden-Nederland behandelde het beroep van eiser tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn vrijstaande woning te Utrecht voor het belastingjaar 2021. Verweerder had de waarde vastgesteld op €918.000 op basis van een taxatiematrix met referentiewoningen. Eiser stelde een lagere waarde van €780.000 voor.
De rechtbank beoordeelde de taxatiematrix en de aangevoerde bezwaren van eiser tegen de referentiewoningen. Eén referentiewoning werd buiten beschouwing gelaten vanwege onjuiste vierkante meters, maar de overige referentiewoningen werden als voldoende vergelijkbaar en betrouwbaar beschouwd. De rechtbank vond dat verweerder voldoende rekening had gehouden met verschillen in gebruiksoppervlakte, kavelgrootte en voorzieningen.
Eisers argumenten over de afstand in tijd van verkoopdata en verschillen in woninggrootte werden niet aannemelijk geacht om de waarde te verlagen. De rechtbank concludeerde dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog was en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €918.000 wordt ongegrond verklaard.