ECLI:NL:RBMNE:2022:1844
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde vrijstaande woning te Utrecht voor belastingjaar 2020
In deze bestuursrechtelijke zaak betwist eiser de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn vrijstaande woning in Utrecht voor het belastingjaar 2020, vastgesteld op €1.391.000,- met waardepeildatum 1 januari 2019. Eiser stelt een lagere waarde van €1.045.000,- voor en voert aan dat de referentiewoningen niet goed vergelijkbaar zijn en dat de onderhoudstoestand van zijn woning waardedrukkend is.
Verweerder heeft ter onderbouwing een taxatiematrix overgelegd waarin de woning is vergeleken met vier referentiewoningen in dezelfde omgeving. De rechtbank oordeelt dat verweerder met deze matrix en de toelichting aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De verschillen tussen de referentiewoningen en de woning zijn voldoende in de waardebepaling meegenomen.
De rechtbank wijst de bezwaren van eiser af, waaronder de stelling dat de referentiewoningen bovengemiddeld of luxe zouden zijn, het bouwjaar van een referentiewoning, de onderhoudstoestand van het dak en de verkoop van een buurpand die te ver van de waardepeildatum ligt. Gelet op het bewijs en de toelichting is het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van €1.391.000,- bevestigd.