ECLI:NL:RBMNE:2022:1848
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar WOZ-waarde afgewezen
Verweerder heeft op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van twee objecten vastgesteld en aanslagen onroerendezaakbelasting opgelegd. Eiser diende een bezwaarschrift in tegen deze beschikkingen, maar dit werd door verweerder niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de wettelijke termijn van zes weken.
Eiser stelde dat de verzendadministratie van verweerder onvoldoende was om aan te tonen dat de beschikking tijdig was verzonden en ontvangen. Verweerder stelde echter een gedetailleerde verzendadministratie over, waaruit bleek dat de aanslagen op 27 januari 2021 waren verzonden en uiterlijk 30 of 31 januari 2021 door eiser ontvangen moesten zijn.
De rechtbank oordeelde dat de verzendadministratie voldeed aan de vereisten en dat het bezwaarschrift te laat was ingediend. De verwijzing van eiser naar een uitspraak van de rechtbank Overijssel was niet relevant omdat daar onvoldoende bewijs van tijdige verzending was overgelegd. Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar is ongegrond verklaard.