ECLI:NL:RBMNE:2022:1849
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaarschrift WOZ-waarde afgewezen
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of het bezwaarschrift van eiser tegen de vastgestelde WOZ-waarde tijdig is ingediend. Verweerder, de heffingsambtenaar van de gemeente Amersfoort, had de WOZ-waarde van het object vastgesteld op €731.000,- met een beschikking van 30 januari 2021. Het bezwaarschrift van eiser was gedateerd 8 maart 2021 en werd op 12 april 2021 ontvangen, wat buiten de wettelijke termijn van zes weken viel.
Eiser stelde dat de verzendadministratie van verweerder niet betrouwbaar was en dat niet aannemelijk was gemaakt dat de beschikking op 30 januari 2021 was verzonden of ontvangen. Verweerder heeft echter een gedetailleerde verzendadministratie overgelegd waaruit bleek dat de aanslag op 27 januari 2021 was verzonden en uiterlijk 30 of 31 januari 2021 door eiser ontvangen moest zijn.
De rechtbank oordeelde dat deze verzendadministratie voldeed aan de eisen en voldoende aannemelijk maakte dat de aanslag tijdig was verzonden en ontvangen. De verwijzing van eiser naar een uitspraak van de rechtbank Overijssel werd niet gevolgd, omdat in die zaak onvoldoende bewijs was geleverd van tijdige verzending, wat hier wel het geval was.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift is ongegrond verklaard vanwege te late indiening.