ECLI:NL:RBMNE:2022:1849

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
2 mei 2022
Publicatiedatum
12 mei 2022
Zaaknummer
21/3318
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet waardering onroerende zakenArt. 6:7 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaar tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaarschrift WOZ-waarde afgewezen

In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of het bezwaarschrift van eiser tegen de vastgestelde WOZ-waarde tijdig is ingediend. Verweerder, de heffingsambtenaar van de gemeente Amersfoort, had de WOZ-waarde van het object vastgesteld op €731.000,- met een beschikking van 30 januari 2021. Het bezwaarschrift van eiser was gedateerd 8 maart 2021 en werd op 12 april 2021 ontvangen, wat buiten de wettelijke termijn van zes weken viel.

Eiser stelde dat de verzendadministratie van verweerder niet betrouwbaar was en dat niet aannemelijk was gemaakt dat de beschikking op 30 januari 2021 was verzonden of ontvangen. Verweerder heeft echter een gedetailleerde verzendadministratie overgelegd waaruit bleek dat de aanslag op 27 januari 2021 was verzonden en uiterlijk 30 of 31 januari 2021 door eiser ontvangen moest zijn.

De rechtbank oordeelde dat deze verzendadministratie voldeed aan de eisen en voldoende aannemelijk maakte dat de aanslag tijdig was verzonden en ontvangen. De verwijzing van eiser naar een uitspraak van de rechtbank Overijssel werd niet gevolgd, omdat in die zaak onvoldoende bewijs was geleverd van tijdige verzending, wat hier wel het geval was.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift is ongegrond verklaard vanwege te late indiening.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/3318

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 mei 2022 in de zaak tussen

[eiser], uit [woonplaats], eiser

(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels)
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amersfoort, verweerder

(gemachtigde: J. Tammel).

Procesverloop

In de beschikking van 30 januari 2021 heeft verweerder op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van het object aan de [adres] in [woonplaats] voor het belastingjaar 2021 vastgesteld op € 731.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2020. Verweerder heeft bij deze beschikking aan eiser als eigenaar van het object ook een aanslag onroerendezaakbelastingen opgelegd, waarbij deze waarde als heffingsgrondslag is gehanteerd.
In de uitspraak op bezwaar van 23 juni 2021 heeft verweerder het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard.
Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is behandeld op de zitting van 7 februari 2022 door middel van een Teams-beeldverbinding. Het onderzoek is geschorst om eiser en verweerder in de gelegenheid te stellen nadere reacties over te leggen.
De rechtbank heeft het beroep op 21 maart 2022 door middel van een Teams-beeldverbinding op zitting behandeld. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

1. In geschil is de vraag of verweerder op juiste gronden het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk heeft verklaard.
2. Verweerder heeft aan de uitspraak op bezwaar ten grondslag gelegd dat de beschikking is gedagtekend op 30 januari 2021. De wettelijke termijn voor het indienen van een bezwaarschrift is zes weken. Het bezwaarschrift met dagtekening 8 maart 2021 is ontvangen op 12 april 2021. Hiermee is het bezwaarschrift niet binnen de wettelijke termijn ingediend.
3. Eiser heeft aangevoerd dat er geen deugdelijke verzendadministratie is bij verweerder en dat niet aannemelijk is gemaakt dat de beschikking is verzonden, dan wel ontvangen, op 30 januari 2021.
4. In zijn verweerschrift heeft verweerder uitvoerig toegelicht hoe de bezorging per post via Data B. Mailservice B.V. en PostNL plaatsvindt. Uit het Excel-bestand in bijlage 1 van het verweerschrift staat dat de aanslag 7260906 is opgenomen onder het verwerkingsnummer 72134. Deze aanslag is volgens bijlage 2 van het verweerschrift verzonden op 27 januari 2021, onder de reguliere verzendwijze van ontvangst binnen 48 tot 72 uur. Hiermee is de aanslag in elk geval op 30 of 31 januari 2021 ontvangen door eiser. De rechtbank is van oordeel dat deze verzendadministratie voldoet aan de daaraan te stellen eisen en dat hiermee voldoende aannemelijk is gemaakt dat de aanslag is verzonden en ontvangen door eiser.
5. Eiser heeft op de zitting gewezen op de uitspraak van de rechtbank Overijssel [1] . Volgens eiser blijkt hieruit dat de verzendadministratie zoals verweerder die nu heeft overgelegd, niet voldoende is. De rechtbank heeft kennisgenomen van deze uitspraak en is van oordeel dat deze verwijzing geen doel treft. In deze uitspraak is de essentie dat er geen stukken, althans onvoldoende stukken, zijn overgelegd om aannemelijk te maken dat de aanslag op tijd is verzonden dan wel is ontvangen door eiser. Van een Excel-bestand of iets anders waaruit volgt dat de betreffende aanslagen door Data B. Mailservice B.V. zijn aangeboden bij en ontvangen door PostNL, was in deze situatie niet gebleken.
6. Verweerder heeft dus terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom ongegrond en voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van I. Zallali, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 mei 2022.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Deze uitspraak is verzonden op de stempeldatum die hierboven staat.

Voetnoten

1.Rechtbank Overijssel, ECLI:NL:RBOVE:2022:737