ECLI:NL:RBMNE:2022:1856
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Veroordeling college in proceskosten na intrekking voorlopige voorziening wegens tegemoetkoming
Verzoekster werd door het college van burgemeester en wethouders van Almere op 26 februari 2021 verplicht om een overkapping, garage en zorgwoning te verwijderen van haar perceel onder dreiging van dwangsommen. Na bezwaar wijzigde het college het besluit deels, waardoor de mantelzorgwoning niet verwijderd hoefde te worden, maar wel verplaatst. De dwangsommen voor overkapping en garage bleven gehandhaafd.
Verzoekster stelde beroep in en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Het college zegde toe niet te handhaven totdat de rechtbank uitspraak deed, waarna verzoekster haar voorlopige voorzieningsverzoek introk en het college verzocht in de proceskosten te worden veroordeeld.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college met haar toezegging geheel tegemoet was gekomen aan het verzoek om voorlopige voorziening, waardoor het verzoek om proceskostenveroordeling gegrond was. Het college werd veroordeeld tot betaling van € 759,- aan proceskosten. De uitspraak werd zonder zitting gedaan en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot betaling van € 759,- aan proceskosten na intrekking van het verzoek om voorlopige voorziening wegens tegemoetkoming.