ECLI:NL:RBMNE:2022:1860
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens niet tijdige betaling griffierecht
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de verzoeker, naar aanleiding van het besluit van 12 april 2022 waarbij zijn rijbewijs ongeldig werd verklaard, een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de rechtbank Midden-Nederland.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting. De griffier heeft verzoeker per aangetekende brief van 23 april 2022 een termijn van twee weken gegeven om het griffierecht van €184,- te voldoen.
Op 10 mei 2022 bleek dat het griffierecht niet was ontvangen en verzoeker gaf geen geldige reden voor het niet of niet tijdig betalen. Hierdoor verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.