Eiser, een 9-jarige jongen met meerdere ontwikkelings- en gedragsproblemen waaronder een PTCHD1-genafwijking, autismespectrumstoornis en selectief mutisme, vroeg zorg aan op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Verweerder wees de aanvraag af omdat niet was vastgesteld dat eiser een noodzaak had voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid.
Eiser voerde aan dat het besluit onzorgvuldig was en dat hij wel degelijk een verstandelijke handicap had, onderbouwd met een intelligentieonderzoek uit 2020 en verklaringen van zorgverleners. De rechtbank oordeelde dat het medisch advies van de medisch adviseur van verweerder zorgvuldig en volledig was en dat eiser onvoldoende medische informatie had overgelegd die het advies zou weerleggen.
De rechtbank erkende de zorgen van eiser en zijn ouders over de huidige zorg, maar stelde dat de tekortkomingen in de Jeugdwet-zorg geen grond bieden voor een Wlz-indicatie. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag gehandhaafd.