Uitspraak
[verzoekers] , [verzoekers] en [verzoekers] allen uit [woonplaats] , verzoekers
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Soest (het college)
(gemachtigde: R. Leeflang).
Rechtbank Midden-Nederland
Derde-partij, de vergunninghouder, had een omgevingsvergunning aangevraagd voor de kap van acht bomen op een perceel in een woonplaats. Het college verleende de vergunning voor de kap van vier bomen en weigerde deze voor de andere vier, met een herplantplicht als compensatie. Verzoekers dienden bezwaar in tegen de vergunning en vroegen om een voorlopige voorziening om de vergunning te schorsen.
Tijdens de zitting was de vergunninghouder niet aanwezig. De voorzieningenrechter constateerde een onduidelijkheid over welke bomen precies gekapt mogen worden, omdat de nummering van de bomen in de aanvraag niet overeenkomt met de nummering in een eerder opgestelde bomen effectenanalyse (BEA). Hierdoor bestaat het risico dat verkeerde bomen worden gekapt.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het belang bij het behoud van de bomen zwaarder weegt dan het belang van vergunninghouder bij de kap. Bovendien was vergunninghouder bereid te wachten met de kap tot op het bezwaar is beslist. Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen, de vergunning geschorst en het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en reiskosten van verzoekers.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de omgevingsvergunning voor de kap van vier bomen wordt geschorst wegens onduidelijkheid over welke bomen gekapt mogen worden.