ECLI:NL:RBMNE:2022:188
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek rechter-commissaris in faillissement afgewezen wegens procesbeslissing en termijnoverschrijding
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter-commissaris die een hoorzitting in het faillissement van verzoeker had bepaald. Verzoeker stelde dat de hoorzitting geen toegevoegde waarde had, gezien de schriftelijke voortgangsrapportage, en dat hij vanwege coronarisico's niet wilde verschijnen. Tevens voelde hij zich bedreigd door de uitnodigingsbrieven.
De wrakingskamer oordeelde dat het bepalen van een hoorzitting een procesbeslissing betreft en dat een negatieve procesbeslissing op zich geen grond voor wraking is, tenzij er sprake is van objectief gerechtvaardigde vooringenomenheid. Dit was niet het geval. De vermeende bedreiging via brieven werd niet inhoudelijk beoordeeld omdat het wrakingsverzoek te laat was ingediend, meer dan 19 dagen na de feiten.
De wrakingskamer verklaarde het wrakingsverzoek voor zover het de hoorzitting betrof ongegrond en voor het overige niet-ontvankelijk. De procedure in het faillissement wordt voortgezet zoals die stond voor de schorsing wegens het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Wrakingsverzoek ongegrond voor hoorzitting en niet-ontvankelijk wegens te late indiening; faillissementsprocedure wordt voortgezet.