ECLI:NL:RBMNE:2022:1885

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
9 mei 2022
Publicatiedatum
17 mei 2022
Zaaknummer
UTR 21/4291
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:74 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep na intrekking naheffingsaanslag parkeerbelasting

Eiser heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder inzake een naheffingsaanslag parkeerbelastingen. Verweerder heeft de aanslag en de uitspraak op bezwaar ingetrokken en het betaalde bedrag teruggestort. Hierdoor is het procesbelang van eiser komen te vervallen.

De rechtbank stelt vast dat zonder procesbelang het beroep niet-ontvankelijk is. Eiser verzocht alsnog vergoeding van proceskosten en griffierecht, maar omdat hij geen professionele juridische hulpverlener inschakelde, kunnen proceskosten niet worden toegekend. Wel wordt het griffierecht aan eiser vergoed op grond van de Awb.

De rechtbank besluit het beroep niet-ontvankelijk te verklaren en draagt verweerder op het griffierecht van €49,- aan eiser te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter S.C.A. van Kuijeren en griffier K.S. Smits op 9 mei 2022.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en verweerder moet het griffierecht aan eiser vergoeden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/4291

1.a

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 mei 2022 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Hilversum, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 30 augustus 2021, waarbij zijn bezwaar tegen de naheffingsaanslag parkeerbelastingen ongegrond is verklaard.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Eiser heeft op 22 oktober 2021 beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van 30 augustus 2021.
3. Bij brief van 17 februari 2022 heeft verweerder de naheffingsaanslag en dus ook de uitspraak op bezwaar ingetrokken. Verweerder heeft eiser laten weten dat het bedrag van de naheffingsaanslag aan eiser zal worden teruggestort en dat verweerder het griffierecht zal vergoeden. Met de intrekking van de naheffingsaanslag is verweerder volledig tegemoet gekomen aan eiser.
4. Eiser heeft de rechtbank op 7 maart 2022 laten weten het beroep niet in te trekken. Hij verzoekt om veroordeling van verweerder in de proceskosten, vergoeding van het griffierecht en vergoeding van de uren die hij vrij heeft moeten maken voor deze zaak. De schade van eiser bedraagt € 285,-.
5. De rechtbank stelt vast dat er met de intrekking van de uitspraak op bezwaar geen inhoudelijk procesbelang meer bestaat bij een oordeel over het beroep. Immers, eiser kan niet meer bereiken dan dat de naheffingsaanslag niet meer bestaat. In zoverre is het beroep dan ook niet-ontvankelijk.
6. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen. [1] Alleen de kosten die gemaakt zijn door een professionele (juridische) hulpverlener kunnen worden vergoed. Omdat eiser geen advocaat of andere professionele juridische hulpverlener heeft, zijn er ook geen kosten die vergoed kunnen worden.
7. De rest van de kosten die eiser noemt hoeft verweerder evenmin te vergoeden, omdat die kosten niet staan genoemd in artikel 1 van Pro het Besluit proceskosten bestuursrecht als voor vergoeding in aanmerking komende kosten.
8. Verweerder moet wel het griffierecht aan eiser betalen (artikel 8:74, tweede lid, van de Awb).

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 49,- aan eiser te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, rechter, in aanwezigheid van mr. K.S. Smits, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 mei 2022.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Voetnoten

1.Artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).