ECLI:NL:RBMNE:2022:1892
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit woningurgentie na onvoldoende onderzoek woningbehoefte kinderen
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor woningurgentie vanwege relatiebeëindiging en de dreiging van dakloosheid voor haar en haar vier kinderen. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen op grond dat de vader van de kinderen in de woningbehoefte kan voorzien. Eiseres stelde dat de vader niet aan zijn zorgplicht voldoet en dat er sprake is van een onveilige situatie voor de kinderen.
De voorzieningenrechter concludeert dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de feitelijke situatie, waaronder het niet nakomen van de zorgregeling door de vader, het getuige zijn van huiselijk geweld en de moeizame verhoudingen binnen het gezin. Hierdoor is sprake van een motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek in het besluit.
De hardheidsclausule is niet toegepast omdat er geen acute noodsituatie is aangetoond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen vier weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de belangen van de kinderen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang.
Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiseres. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van woningurgentie wordt vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen.